Oeganda, ooit de ’Parel van Afrika’ genoemd, ligt in het hart van Afrika. Het grenst aan Kenia, Soedan, Congo en Rwanda. Er wonen 24 miljoen mensen. Ongeveer één derde van de bevolking is katholiek, één derde protestant en één derde moslim.
Oeganda werd onafhankelijk van Groot-Brittannië in 1962. Sindsdien heeft het land bloedige terreur en oorlogen gekend onder Milton Obote en Idi Amin. Vooral de ongeletterde Amin, die zijn tegenstanders op gruwelijke wijze liet vermoorden en rituelen uitvoerde op hun lichamen, gaf Oeganda een kwalijke reputatie. Het aantal slachtoffers van Amins negen jaar schrikbewind wordt geschat op 300.000.
Maar het vertrek van Idi Amin in 1979 betekende niet het einde van het geweld. Zijn opvolger, Milton Obote, die af te rekenen kreeg met gewapend verzet, reageerde met massale zuiveringsacties, waarbij naar schatting vijfhonderd duizend mensen het leven lieten. Het land kende pas stabiliteit toen Yoweri Museveni in 1986 de macht overnam.
President Museveni, die in 2006 opnieuw verkozen werd voor vijf jaar, zorgde voor de heropbouw van het land, een economische groei van 7 procent per jaar, gratis lager onderwijs en een goed systeem van basisgezondheidszorg. Hij wordt alom geprezen om zijn succesvolle strijd tegen AIDS, zijn pleidooi voor vrouwenemancipatie en zijn verregaand systeem van decentralisatie. Oeganda werd een van de eerste landen die konden genieten van het programma van schuldkwijtschelding van de Wereldbank en het IMF. Het is ook een van de weinige landen van Afrika waar de armoede systematisch daalt.
Maar er is ook kritiek op Museveni’s beleid. De alom verspreide corruptie, zijn militaire interventie in Congo, en het feit dat hij via een grondwetswijziging voor een derde termijn verkozen werd, lokken heftige reacties uit in binnen- en buitenland. De donors zijn ook niet opgezet met Museveni’s aanvallen op de oneerlijke wereldhandel en het protectionisme van het Westen.