Colline werd op 11 maart 1999 ontvoerd uit de kerk, samen met zijn broer. Hij was toen vijf jaar. Zijn broer probeerde te ontsnappen. Hij werd voor de ogen van Colline doodgehakt. Colline werd meegenomen naar het buurland Soedan, waar hij meer dan een jaar verbleef. Hij moest allerlei taken opknappen: water en hout halen, gewassen telen. Hij moest ook deelnemen aan plunderingen en aan gevechten. Hij leed erg veel honger en dorst. Ze moesten blaren van de bomen eten en urine drinken om te overleven. Op een dag werd hij teruggestuurd naar Oeganda om te vechten. Tijdens een aanval van het regeringsleger slaagde hij erin te ontsnappen. Bij zijn thuiskomst vernam hij dat zijn vader gestorven was door ziekte. Enkele maanden later vielen de rebellen opnieuw zijn dorp aan. Als straf omdat hij ontsnapt was, doodden ze zijn moeder.