Na negen jaar vrij! Nog een Abokemeisje terug
Is Sylvia Alaba één van de Abokemeisjes?’ vraagt de divisiecommandant van Lira aan de telefoon. De vraag doet mij verstijven. ‘Ja. Ze was als vrouw gegeven aan Kony. Het gerucht ging dat ze gedood was.’ En dan breekt kolonel Etiang het ongelofelijke nieuws. ‘We hebben haar zopas bevrijd! Ze is in Kitgum en wordt met een helikopter overgebracht, samen met haar baby en haar babysitter. Kunnen jullie voor deftige kleren zorgen?’
Het duurt even voor het nieuws doordringt. Ik hol naar Grace, het hoofdpersonage van mijn boek die momenteel meehelpt in het centrum. Grace is zo overmand door emoties dat ze het uitschreeuwt. Dan omhelst ze mij. ‘Sylvia was mijn klasgenoot’, zegt ze snikkend. ‘We deelden dezelfde bank. En we waren samen in Soedan.’ De helikopter zal om 5 uur landen. Sylvia’s moeder, die het nieuws gehoord heeft op de radio, is naar het opvangcentrum gekomen en we plannen haar met een grote groep te verwelkomen op de luchthaven. Maar de helikopter landt op een andere plek, midden in de kazerne, zodat ik de enige ben die haar opwacht.
Van ver komt ze naar mij toe gestapt, haar kind op de arm. Als ze zo dicht is dat ik haar gelaatstrekken kan herkennen, schrik ik. Dit is het gezicht van een oude, getekende vrouw. Een verschrompelde borst hangt uit haar versleten kleed. Ik schrik nog heviger als ik de baby en de babysitter zie. Het kind is een lelijk, uitgemergeld mormel met grote, verschrikte ogen. Als een angstig aapje. En de babysitter kijkt dwars door mij heen. God weet wat deze drie wezens voelen en denken.
Ik laad hen in de auto. De scène die ons wacht in het centrum zal altijd in mijn geheugen gegrift blijven. De moeder die huilend naar haar dochter toe rent en haar vastgrijpt en Sylvia die zich even tegen haar aandrukt, zich dan losrukt en haar moeder wegslaat. Woede? Angst? Schaamte? Wat gaat er in dit meisje om? Het wordt de moeder teveel. Ze zakt in elkaar in de armen van de vice-gouverneur.
De hele avond blijft de menigte toestromen. Van overal komen mensen het Abokemeisje groeten. Maar Sylvia zit met een trieste glimlach en een afwezige blik voor zich uit te staren. Geen emoties verschijnen op haar gezicht. Geen woord komt over haar lippen. Zelfs als we er eindelijk in slagen haar vader, die in Kasese zit, aan de lijn te krijgen, weigert ze met hem te praten. Na negen jaar in het woud moet dit zoiets zijn als terugkeren van een andere planeet en met ongeloof vaststellen dat de wereld gewoon is blijven doordraaien.
Uit het dagboek van Els De Temmerman 3 juni 2005
|